Terugverwijzen van patiënten na een cardiovasculair accident
In het afgelopen jaar heeft een multidisciplinaire werkgroep een regionale transmurale afspraak (RTA) opgesteld voor de primaire en secundiare preventie van cardiovasculaire aandoeningen. De inhoud van deze RTA komt uiteraard vrijwel overeen met de nationale multidisciplinaire richtlijn. Op enkele punten is de RTA uitgebreider dan de richtlijn en bovendien zijn er afspraken over verwijzen en terugverwijzen in opgenomen.
Helaas is de RTA nog niet verspreid omdat over de evaluatie van de transmurale afspraken nog geen overeenstemming is bereikt tussen de zorggroepen DOH, POZOB en de internisten in ZO Brabant.
Het belang van een goede evaluatie betreft vooral de in de RTA opgenomen afspraak dat ‘patiënten die in het ziekenhuis worden behandeld voor een event en daarvoor met behulp van de CVR dienst via het ketenzorgprogramma DBC-CVRM in de huisartspraktijk werden begeleid, worden voor nazorg direct terugverwezen naar de huisarts. Alle andere patiënten krijgen indien nodig nazorg via de CVR poli van het ziekenhuis en worden in principe na twee consulten terugverwezen naar de huisarts’.
Deze afspraak is na een stevige discussie tot stand gekomen, onder voorwaarde dat deze werkwijze als een pilot zou worden uitgevoerd en geëvalueerd.
In afwachting van het alsnog bereiken van overeenstemming over de evaluatie wordt door de internisten van het St. Anna ziekenhuis, in nauwe afstemming met de mensen van de CVR dienst, gehandeld in de geest van de hierboven genoemde afspraak. Dat wil zeggen dat bij patiënten afkomstig uit de pilot praktijken, die vanuit het ziekenhuis worden aangemeld voor nazorg door de CVR poli, wordt nagetrokken of ze bekend zijn bij de CVR dienst DiAnna. Zo ja, dan wordt met de betreffende praktijk overlegd over het vervolg en indien gewenst wordt de patiënt direct terugverwezen naar de huisarts.








